
Meditatie speelt een cruciale rol in zowel het hindoeïsme als het boeddhisme, maar de benaderingen en doelen verschillen vaak per traditie.
Meditatie in het Hindoeïsme
In het hindoeïsme is meditatie een belangrijk middel om spirituele vooruitgang te boeken en de ultieme realiteit (Brahman) te ervaren. Hindoes gebruiken verschillende meditatietechnieken, zoals *dhyana* (concentratie), *mantra* (het herhalen van heilige woorden of zinnen) en *yoga* (wat letterlijk ‘verbinding’ betekent, maar vaak wordt gebruikt om te verwijzen naar spirituele oefening die meditatie omvat). Het doel is om het ego te overstijgen en het oneindige zelf (Atman) te realiseren als één met het universum (Brahman).
Een bekend voorbeeld hiervan is de beoefening van Raja Yoga, die wordt gepromoot in de *Yoga Sutra’s* van Patanjali. In deze tekst wordt meditatie beschreven als een manier om de geest te kalmeren en de ware aard van de werkelijkheid te begrijpen.
Siddharta Gautama en meditatie in het Boeddhisme
Siddhartha Gautama, die later de Boeddha werd genoemd, ging op zoek naar een manier om het lijden in de wereld te begrijpen en te overwinnen. Nadat hij was opgegroeid in luxe en het leven van een prins had verlaten, zocht hij naar verlichting. Uiteindelijk mediteerde hij onder de Bodhiboom in Bodh Gaya, India, waar hij na lange periodes van intensieve meditatie de verlichting bereikte.
Tijdens zijn meditatie onder de Bodhiboom realiseerde hij zich de vier nobele waarheden:
1. **Het lijden bestaat.**
2. **Het lijden heeft een oorzaak (begeerte).**
3. **Het lijden kan worden beëindigd.**
4. **Er is een pad (het achtvoudige pad) naar de beëindiging van lijden.**
De verlichting die de Boeddha bereikte, was de bevrijding van het lijden en de cyclus van wedergeboorte. Meditatie is dus essentieel in het boeddhisme, vooral omdat het helpt om de geest te zuiveren van verlangens en onwetendheid, en om inzicht te krijgen in de ware aard van de werkelijkheid.
Meditatie onder de Bodhiboom
Het verhaal van Siddhartha Gautama die mediteert onder de Bodhiboom is een van de meest iconische beelden in het boeddhisme. Dit symboliseert de zoektocht naar verlichting, waarbij Boeddha vastberaden blijft in zijn meditatie totdat hij de diepe waarheid van het leven en het universum realiseert. Het wordt vaak gezien als een moment van transcendentie en innerlijke verlichting — een moment waarop het ego wordt opgegeven en er een diep inzicht wordt verkregen in de aard van het bestaan.
Vandaag de dag is Bodh Gaya nog steeds een belangrijke pelgrimsoord voor boeddhisten, waar mensen mediteren en reflecteren, geïnspireerd door de plaats waar de Boeddha zijn verlichting bereikte.
Meditatie als pad naar verlichting
In zowel het hindoeïsme als het boeddhisme is meditatie dus een essentieel middel om hogere bewustzijnstoestanden te bereiken. In het hindoeïsme is dit gericht op het verenigen van het persoonlijke zelf met het goddelijke, terwijl het in het boeddhisme meer gericht is op het begrijpen van de vergankelijkheid van het bestaan en het beëindigen van het lijden door verlichting. Beide tradities erkennen echter het belang van meditatie als een manier om innerlijke rust, helderheid en inzicht te verkrijgen.